De Tram Vliegt Dooorrrr

Bergbloemen die ik kennelijk niet had mogen plukken: te laat

Ja! Gewoon eens in het Nederlands!

De laatste keer dat ik met mijn moeder Facetimede merkte ik van hoe ver mijn moerstaal moest komen. Dromen doe ik steevast in het Engels, denken ook; ik gebruik het Nederlands nauwelijks. Hoogstens in appjes, maar dat is enkel geschreven, niet vocaal. En ik mis het, merk ik. De vertrouwdheid, het gemak, de woordenschat. Dus hier gaat, deze bericht is te verbinden jou en mij in Nederlands voor een verandering!

Het schijnt dat ieder leerproces van een nieuwe vaardigheid verloopt volgens een vast patroon: eerst steil omhoog, je leert veel in korte tijd en dat motiveert, en dan komt er een plateau, een afvlakking (flatten the curve maar dan minder jottum). Schijnbaar is dat het punt waarop we geneigd zijn af te haken. De vooruitgang stagneert, de motivatie verdwijnt navenant en het plateau strekt zich langer en verder uit dan ons lief is. Ook schijnbaar is dat juist het punt om te volharden, een fase waarna, mits je het bijltje er niet bij neergooit, een nieuwe stijging wordt ingezet. Wie dóórgaat, wordt écht beter, bereikt een niveau dat dunbevolkt is en meer voldoening oplevert.

Toen ik besloot naar China te gaan om me daar verder toe te leggen op taiji, zei ik er al bij dat ik er in elk geval een halfjaar hoopte vol te maken. Daarna zou ik de balans opmaken en, als ik het nog naar mijn zin had, misschien wel nog eens zes maanden daar (hier) blijven.

Inmiddels nadert dat moment. Op 17 november 2019 vertrok ik van Schiphol naar Taipei, nu ruim een halfjaar geleden. Op 2 december kwam ik aan in Wudangshan. Vandaag over een week is de ceremonie waarin ik word opgenomen in de Sanfeng Pai: vlak voordat het halfjaar in de WTWA erop zit. Tijd, kortom, voor eerder genoemde balans.

Maar eerst twee korte video’s, die Kurt uit Engeland eind december met mij opnam en van de week op YouTube heeft gezet.

Op Kurts ene pols staat getatoëerd: wu-wei (effortlessness/non-action), op de andere: wu-nian (thoughtlessness/non-thinking). Deze audiovisuele herinnering aan onze gesprekken kwam op een goed moment.

De afgelopen maand heb ik veel onrust ervaren in mijn hart-en-geest. De dynamiek veranderde natuurlijk met de komst van George, en het grote project van de Online WTWA (sinds 20 mei online op www.taoistwellness.online) eiste erg veel tijd en aandacht op. Er was spanning tussen mij en Master Gu, die zich wat leek te distantiëren — en ik op mijn beurt ook. Heuvels en dalen zijn er in ieder huwelijk samenleven; het veroorzaakte bij mij innerlijke deining. In een eerder bericht heb ik getracht over te brengen hoe ik worstelde met mijn wikken-en-wegen en de daarmee gepaard gaande gevoelens over mijn rol in het Online WTWA-project. En kijk aan, de manier waarop ik de knoop doorhakte is de juiste gebleken: ik heb me sindsdien onbekommerd ingezet om de online academie nog beter en mooier te maken, zonder dat ik nog geplaagd werd door mijn ego of vage “Ja maar ik heb recht op”-ideeën. Mijn besluit bracht me rust en vertrouwen en het sterkt dat er geen hernieuwde twijfel is ontstaan. Het is zoals het is en dat is goed.

Precies, het blijft een oefening in loslaten. Van tijd tot tijd roeren zich de gedachten over “wat straks?”, “waar?” en “met wie?” Of ik hier nog wel op mijn plaats ben, ook. Zo schud ik aan het watervat, waarvan de inhoud soms flink tegen de wanden kan klotsen. Dan het weer tot rust te laten komen, door niet te blijven schudden en roeren, dat is wat ik me aanleer. Terug te keren naar wat is, niet blijven tobben in wat kan zijn.

Hoe luiden die roerige gedachten? Bijvoorbeeld wanneer ik me afvraag of ik me hier nu inderdaad nog voldoende gelukkig en thuis voel. Dat wisselt. Nog steeds denk ik af en toe dat een kleine vakantie van dit leven welkom zou zijn, alhoewel ik dan direct weer twijfel of me dat werkelijk goed zou doen, en of ik nog terug zou keren, of het bijltje erbij neer zou gooien. Dat laatste, weet ik, is iets wat ik echt niet wil. De behoefte om door te gaan, om te verdiepen en al wat ik hier leer te integreren is groter dan de kortstondige vluchtneigingen.

En die zijn er heus wel. Dan droom ik van gezellige avonden met familie en vrienden, lekker met z’n allen Nederlands praten, dingen eten die niet Chinees zijn… van de vertrouwde omgeving, cultuur en mentaliteit, van Doron en Jonah, van weer eens op een date gaan misschien… van heel veel knuffels ook. Direct daarop komt de werkelijkheid binnen: hoe vertrouwd is die omgeving op dit moment?

Een huis heb ik niet meer, een baan ook niet — ik zou puur en alleen voor jullie, voor de mensen terugvliegen, en dan? In quarantaine en niemand kunnen zien, laat staan aanraken. Intelligente lockdown, al dan niet medische maskers op straat en in het OV, geen bezoek als het niet echt noodzakelijk is, horeca nog vrijwel gesloten? Nou, gezellig.

Kortom, het leven lost dit vraagstuk vlotjes voor mij op. Ik hoef helemaal niet te peinzen over “wat ga ik hierna doen” of “neem ik een vakantie”: vrijheid van gaan en staan is er vooralsnog bepaald niet bij. Zolang de grenzen dicht zijn, het internationale verkeer stil ligt en de mensen niet vrijelijk van elkaar kunnen genieten, hoef ik hier geen gedachte aan te besteden. Bovendien is de extra “entry” die ik meende te hebben geregeld (en betaald) op mijn nieuwe visum afwezig. Eenmaal China uit, is derhalve niet terug erin. Dat scheelt weer een beslissing. Universum, bedankt.

Dus. Verder op het plateau, beetje bij beetje richting de nieuwe klim, en een kleine viering wanneer ik weer een stukje vooruitgang bespeur. Een been dat iets meer gestrekt kan worden, een hart-en-geest dat rustiger blijft in uitdagende gesprekken of omstandigheden. Meer gemak in het loslaten. Recht zo die gaat.

Insecten hebben mijn bijzondere aandacht, nog los van de vogels, eekhoorns, hagedissen, apen en slangen en wat er hier verder allemaal aan dierlijk leven is. Er zijn me vergezellende vlinders, er zijn sprinkhanen die graag een eindje op mij meeliften, er zijn bijzonder irritante minivliegjes die op een centimeter voor mijn oogbol hangen en als ik ze de kans geef, mijn oog binnen vliegen. Wespen en bijen in alle soorten en maten, met hangende pootjes, met vachtjes en zonder. Hommels die volmaakt ronde gaten graven in houten balken en daarbinnen, zo vermoed ik, tunnelnetwerken aanleggen: overal zaagsel op de grond, in raamkozijnen en op de was die wij te drogen hangen. Ah, en spinnen. Heel veel spinnen. Veel angst is weggevallen, ook de schrik als er weer iets zoemends op mij landt. Meer dan ooit voel ik een vriendschappelijkheid met al dit natuurlijke spul, en dan maakt het me niet uit of het een sirenevogel, een kikkervisje of een liftende sprinkhaan is. Ik kan echt genieten van hoe mooi en hoe ingenieus geconstrueerd al deze grote en kleine wezens zijn. Zie zo’n oog, kijk die vleugels als glas-in-lood.

We hebben een video gemaakt voor de Online WTWA waarin ik wat tips geef aan de mensen die daar “student” worden. Het was lang geleden dat ik me zo tot een (onzichtbaar) publiek richtte. Wanneer gaf ik mijn laatste les? Begin september 2018, ongelooflijk.

Mis ik dat, het lesgeven? Daan vroeg het me laatst in een app. Niet bijzonder, eerlijk gezegd. Ik mis wel de tieners, hun energie en openheid, hun speelsheid en onvoorspelbaarheid ook, zei ik hem. Het hechte contact, een verschil kunnen maken, iets bijdragen en dat geweldige moment waarop je samen tot een nieuw inzicht komt. Maar wanneer ik denk aan een volgende stap in mijn loopbaan, weer iets nieuws opzetten, opnieuw beginnen… ik word al moe bij de gedachte.

Het valt me niet altijd makkelijk om te aanvaarden dat ik nog geen nieuwe “richting” heb, dat ik geen fut voel om weer een nieuwe carrière te beginnen, dat ik me vooral aangetrokken voel tot een huisvaderlijk bestaan. Daarnaast kleinschalig wat jongeren coachen en taiji-lessen geven, oké. Ja, een vorm van vaderschap lijkt meer en meer hetgeen te zijn waar ik aan toe ben.

Maar goed, daarvoor ontbreken nog een paar ingrediënten. Een partner, een kind, een huis, voldoende inkomen: een bescheiden boodschappenlijstje. En de winkel lijkt niet bepaald op loopafstand.

Zulke hersenspinsels kunnen een plakkerig, verdelend web vormen, totdat ik mij weer in druppels in de diepte verzamel en zo kalmpjes voortkabbel. (Dit schreef ik eerder vandaag aan Joost, en ik vind dat wel mooi gezegd, dus ik plagieer mezelf even voor het gemak.)

Voorlopig blijf ik dus maar waar ik ben en blijf ik doen wat ik doe. Zonder doel, zonder plan, zonder wens. Het loopt toch altijd anders dan ik verwacht. In elk geval zal ik mijn verhaal over Mei Li voltooien, dat zal best lukken. Nog twee hoofdstukken, schat ik. Wat denken jullie, zou er ooit een uitgever voor mijn fabel te vinden zijn? Het is geschreven voor nogal een nichepubliek, vrees ik. Af en toe een Taoalogue met Master Gu, ook aardig om te doen (vandaag of morgen publiceer ik aflevering 4). En verder met de fluit, het schaken, en wat dies meer zij.

“Het hoogste goed is als water”: staat in het cement van de buitenwasbak. (Die laatste twee karakters, ruò shuǐ, vormen mijn bijnaam, inmiddels ingeburgerd.)

Komende zondag, 31 mei, dus de ceremonie. We hebben van de week een soort repetitie gedaan, een proefbruiloft, zo voelde het een beetje. “Jij staat eerst hier, en dan zeggen zij dat, en dan kom jij binnen, en dan kniel je daar neer, negen keer kowtowen zus, negen keer zo…” Met de stroom meegaan, dacht ik bij mezelf, en algauw had ik er schik in als in een toneelstuk. Life is a stage, dus ik til er niet te zwaar aan.

In een gesprek met George over waarom ik “discipel” word, kwam ik erachter dat ik uit mijzelf noch de wens, noch de behoefte voelde om dit te doen. Waarom dan? Omdat het is als een uitnodiging, een toegestoken hand, en ik wel geloof dat het een eer is en wie weet zelfs een kruiwagen, ooit in de toekomst. Kan ik als taiji-leraar op mijn site vermelden dat ik afstam van Zhang Sanfeng, de grondlegger: baat het niet, het schaadt ook niet.

Maar vooral: het aannemen van een geschenk, zo wees George mij wijs, is op zijn beurt ook een manier om een geschenk te geven. Een blijk van dank aan Master Gu voor de afgelopen zes maanden, die, op zijn zachtst gezegd, bijzonder zijn geweest. George, het zij nogmaals gezegd, is echt een verrijking van het leven hier, en iemand die ik zonder schroom straks mijn “oudere broer” zal noemen, ook al is hij zestien jaar jonger. (Maar eerder dan ik tot de Sanfeng Pai toegetreden, vandaar.) Hij op zijn beurt is dankbaar voor mijn grotebroerszorgzaamheid: dat houdt de zaak in evenwicht, om met Ramses Shaffy te spreken.

Tot zover voor nu. Veel sterkte met de gemaskerde samenleving. Hier doen we het al een tijdje, en ik ben geen fan: het stinkt, je krijgt een natte smoel van de wasem en na een paar keer gebruik moet je zo’n ding echt vervangen voor een vers exemplaar. Hopelijk is het maar van korte duur.

Tot weerziens!

P.S.: Ik hoop dat de nieuwe stijl van A Tram Takes Flight jullie ook bevalt!

3 comments On De Tram Vliegt Dooorrrr

  • Avatar

    Gave video, en de site voor de academie ziet er goed uit!
    Re site: no right click allowed can be just a teenie tiny teensie bit vexing.

  • Avatar
    Han Stakenburg

    Elk,
    Een indrukwekkende aflevering, sorry dat ik een stuk van je worsteling met het leven daar gemist heb.
    Wens je dat je het goede pad tegenkomen.
    Het ga je goed,
    Han

  • Avatar
    Leny Roovers

    Zo’n mooi en hartverwarmend eerlijk verhaal! Ben blij dat we elkaar morgen even gaan spreken, te veel woorden om hier allemaal op te schrijven. Hart en geest stromen zo ongeveer over.
    Heel veel liefs, mam

Comments are closed.

Site Footer